OXALYS et Claire LEFILLIATRE- Chants d’Auvergne de Joseph CANTELOUBE

 

 AMUZ- Antwerpen

05/04/14

20.15

 Claire Lefilliâtre & Oxalys

Claire Lefilliâtre, sopraan 

Toon Fret, fluit | Piet van Bockstal, hobo | Nathalie Lefèvre, klarinet | Bram Van Sambeek, fagot | Anthony Devriendt, hoorn | Annie Lavoisier, harp | Jean-Claude Van den Eynden, piano | Annelies Focquaert, harmonium | Antoine Siguré, percussie | Shirly Laub, viool | Frédéric d’Ursel, viool | Elisabeth Smalt, altviool | Amy Norrington, cello | Koenraad Hofman, contrabas

 

Au nom d’Annelies Van Parys et mes collègues d’Oxalys, j’ai l’honneur de vous inviter à la création des Chants d’Auvergne de Joseph Canteloube dans une nouvelle transcription d’Annelies Van Parys. Nous nous sommes attelés à ce projet depuis plusieurs mois et attendons ce moment avec impatience. Suite au succès européen de l’arrangement d’Annelies Van Parys de Pelléas et Mélisande de Debussy, Oxalys a demandé à cette compositrice de talent de réécrire la riche orchestration de Canteloube pour ensemble de musique de chambre. Canteloube était fasciné par les musiques populaires de sa région natale, et à l’instar de Bartok, récolta et enregistra cet héritage culturel en passant de fermes en villages. Nous avons choisi des chansons en occitan pour la saveur particulière que cette langue confère à la musique. Ces chants seront interprétés par la célèbre soprano, Claire Lefilliâtre, connue par le Poème Harmonique. Nous sommes reconnaissants aux différents acteurs de cet aventure de nous avoir soutenus (les éditions Heugel/Leduc et la fondation Canteloube). Ce programme comportera également  le Prélude à l’après-midi d’un faune de Debussy et des chants de Joseph Jongen qui seront enregistrés sous peu par Oxalys et Claire Lefilliâtre.

La création des Chants d’Auvergne en version de poche pour 13 musiciens et soprano aura lieu le samedi 5 avril 2014 à 21h dans la magnifique salle d’Amuz, dans le centre d’Anvers.

 

PROGAMME

Claude Debussy (1862-1918) / bewerking: Arnold Schönberg (1874-1951) 

Prélude à l’après-midi d’un faune 

 

Joseph Jongen (1873-1953) 

Sur la grève, opus 57 

Que dans les cieux, opus 45 nr. 2 

Calmes, aux quais déserts, opus 54 

Release, opus 57

 

Joseph Canteloube (1879-1957) / bewerking: Annelies Van Parys (°1975) 

Chants d’Auvergne (selectie) 

La pastoura al camps 

Baïlèro 

Trois bourrées: 

L’aïo dè rotso 

Ound’onorèn gorda? 

Obal din lou limouzi 

L’Antouèno 

Deux bourrées: 

N’aï pas Iéu de mio 

Lo calhé 

Lo fïolairé 

Lou boussu 

Malurous qu’o uno fenno 

Pastouro, sé tu m’aymo 

Uno jionto postouro 

 

De bewerking van de originele muziek van Joseph Canteloube werd toegestaan door Éditions Heugel sa.

Canteloube & Van Parys: Chants d’Auvergne 

De Franse componist Joseph Canteloube dankt zijn roem vooral aan één enkel opus: zijn Chants d’Auvergne, liederen voor sopraan en orkest die mogen worden beschouwd als de ultieme hommage van de componist aan zijn geboortestreek. In de eerste helft van de 20ste eeuw, toen Canteloube deze liederen publiceerde, waren veel Europese componisten in de ban van de volksmuziek. Denken we maar aan componisten als Béla Bartók en Zoltán Kodály in Hongarije, Ralph Vaughan-Williams in Groot-Brittannië, Manuel de Falla in Spanje of Karol Szymanovsky in Polen. De belangstelling van componisten voor de eigen regionale muzikale erfenis hing destijds duidelijk in de lucht in heel Europa.

Canteloubes eerste kennismaking met de volksmuziek van de Auvergne dateert uit zijn kinderjaren, toen hij samen met zijn vader ging wandelen langs de talrijke plaatselijke bergdorpjes. Later, tijdens zijn muziekstudies aan de Parijse Schola Cantorum waar hij zich in 1907 inschreef, kreeg zijn fascinatie voor het volkse repertoire een nieuwe impuls. Zijn leraar Vincent d’Indy werd daar zijn grote mentor. D’Indy had zelf in 1886 een pastorale symfonie gecomponeerd, getiteld Symphonie sur un chant montagnard français, een werk dat destijds een zekere populariteit genoot. Hij behoorde tot de grote pleitbezorgers van het nationalisme in de Franse muziek en stimuleerde de jonge Canteloube om zich te verdiepen in de volksmuziek van de Centraal-Franse regio waar zijn familie al generaties lang had gewoond. 

Over zijn muzikale ontdekkingstochten in de Auvergne, herinnerde Canteloube zich later: “Ik woonde destijds op het verre platteland, in een regio waar de mensen nog graag zongen. Ik begon rond te zwerven langs boerderijen en dorpen om er de liederen van de plattelandsbewoners te beluisteren. Ik liet zowel oude vrouwen als mannen voor mij zingen ook herders en herderinnetjes in de velden, en de boeren en hun knechten tijdens hun werk.” Naar eigen zeggen werd Canteloube betoverd door de charme, de poëzie en de grandeur van de volksliederen, die hij ooit omschreef als “muzikale en poëtische bronnen die spontaan uit de aarde ontspringen”. Daarbij was het overigens niet zozeer het louter folkloristische aspect van de volksmuziek dat hem fascineerde, maar in de eerste plaats de puurheid en de schoonheid van het muzikale repertoire. 

Nadat Canteloube de volksliederen had opgetekend, verwerkte hij ze in een aantal composities. De Chants d’Auvergne zijn daarvan zeker niet de enige voorbeelden binnen zijn oeuvre, maar ze zijn wel veruit de bekendste. Gespreid over de periode 1923-1954 publiceerde Canteloube een dertigtal 

liederen in vijf afzonderlijke bundels, al schreef hij de muziek zelf grotendeels tijdens de jaren 1920. Samen vormen deze liedbundels een ware catalogus van de volksmuziek uit deze regio. 

Canteloube was er vast van overtuigd dat de volksmuziek van de Auvergne zowel qua expressie als qua vorm beantwoordde aan “het hoogste niveau van de zuivere kunst”, en daarom een plaats verdiende in de grote concertzaal. Vanuit die gedachte voorzag hij de volksmelodieën van fijnzinnige harmonisaties en van een kleurrijke orkestrale inkleding. Het harmonische en orkestrale palet van Canteloube herinnert bij momenten aan Debussy en Ravel, al is zijn eigen muzikale taal heel wat behoudsgezinder dan die van zijn impressionistische tijdgenoten. Canteloube had trouwens maar weinig affiniteit met de moderne muzikale stromingen die in het begin van de 20ste eeuw opgang maakten. Volgens hem waren veel moderne componisten het spoor bijster geraakt door zich af te keren van de volksmuziek en zich te verliezen in een al te intellectualistische benadering.

De volkse poëzie van de Chants d’Auvergne is geschreven in het ‘Auvergnat’, een locale variant van het Occitaanse dialect. Qua inhoud verwijzen de liederen vooral naar de pastorale liefdespoëzie – de liefde tussen herders en herderinnetjes – en naar het landelijke leven in al zijn facetten. Dat blijkt meteen bij een blik op de titels van de liederen, die bijvoorbeeld verwijzen naar het herdersgezang (Baïlèro), naar het mooie herderinnetje (Uno jionto postouro ) of het bronwater (L’aïo dè rotso). De volkse sfeer van de gedichten en melodieën wordt vaak ondersteund door ritmen die aanleunen bij de traditionele volksdans, zoals de ‘bourree’, een levendige Franse volksdans die een grote populariteit kende in de Auvergne. Daarnaast is er ook ruimte voor tragere liederen, zoals de melancholische Regret en de reeds genoemde Baïlèro.

Vanavond worden de Chants d’Auvergne niet uitgevoerd in Canteloubes oorspronkelijke orkestratie, maar wel in een uitgedunde bewerking van Annelies Van Parys. Nadat Annelies Van Parys in 2012 in opdracht van het ensemble Oxalys en Muziektheater Transparant een intimistische bewerking had geschreven van Debussy’s opera Pelléas et Mélisande, bewerkte zij onlangs in opdracht van AMUZ een twaalftal liederen uit de Chants d’Auvergne. Het ensemble waarmee zij aan de slag ging, lang op voorhand vast en werd bepaald door de standaardbezetting van het ensemble Oxalys. Enkel een instrumentengroep bestaande uit strijkkwintet, blaaskwintet en harp, aangevuld met wat slagwerk, stond ter beschikking. Als melodisch slaginstrument behoorde enkel het glockenspiel tot de mogelijkheden. 

Het herwerken van de weelderige orkestratie naar deze kleinschalige bezetting vormde uiteraard een grote uitdaging. Voor Canteloube vormde de orkestratie een essentieel bestanddeel van 

zijn composities. Met zijn kleurenpracht trachtte Canteloube immers de natuurlijke omgeving te suggereren waarbinnen de volksliederen oorspronkelijk werden gezongen. Met zijn orkestratie wilde hij de klankwereld voor de geest roepen van het herders- en boerenleven en van de ontembare natuur van de Auvergne. De orkestrale timbres werden door hem ingezet om het zuchten van de wind, het ritselen van de bladeren of het geluid van de herdersfluiten te suggereren. Het is dan ook geen toeval dat Canteloube in zijn orkestratie een centrale plaats toekende aan de houtblazers: hun partijen bevatten geregeld echo’s van typische volksinstrumenten uit de Auvergne, zoals de herdersschalmei of de zogenaamde ‘cabrette’, een uit geitenhuid vervaardigde variant van de doedelzak.

Annelies Van Parys stelde het ambitieuze doel voorop om de drukke, veelgelaagde textuur van Canteloube uit te dunnen zonder dat de muziek aan rijkdom zou inboeten. Zij trachtte zoveel mogelijk trouw te blijven aan de bedoelingen van de componist en de klankkleuren uit het origineel in de mate van het mogelijke met het nieuwe ensemble te reproduceren. Het bewerken betekende uiteraard veel schrappen en verplichtte de componiste om moeilijke keuzes te maken, bv. wanneer een volledige kopersectie door één enkel instrument moest worden vervangen. Zij moest heel creatief omspringen met de beschikbare instrumenten om de kleuren die Canteloube voor ogen had, weer te geven. Occasioneel zette zij ook moderne speeltechnieken in, niet als een doel op zich, maar om andere instrumenten te suggereren of om een bijzondere sfeer te scheppen. De sopraanpartij, die het in de oorspronkelijke versie van Canteloube soms moeilijk heeft om boven het omvangrijke orkest uit te komen, krijgt in de nieuwe transparante instrumentatie wat meer ruimte, zodat de lyrische, meeslepende volksmelodieën uit de Auvergne vanavond perfect tot hun recht zullen komen.

Stephan WeytjensImage

Répondre

Entrez vos coordonnées ci-dessous ou cliquez sur une icône pour vous connecter:

Logo WordPress.com

Vous commentez à l'aide de votre compte WordPress.com. Déconnexion /  Changer )

Photo Google

Vous commentez à l'aide de votre compte Google. Déconnexion /  Changer )

Image Twitter

Vous commentez à l'aide de votre compte Twitter. Déconnexion /  Changer )

Photo Facebook

Vous commentez à l'aide de votre compte Facebook. Déconnexion /  Changer )

Connexion à %s